Direct naar de inhoud
Alle werkvormen

Werkvorm

Binnen- en buitencirkel

In een kwartier heeft iedereen met vier verschillende mensen gesproken.

Tijd
20–40 min
Groepsgrootte
10–40
Ruimte
Grote ruimte
Energie
Gemiddeld

Wanneer zet je dit in?

Als je veel uitwisseling wilt in korte tijd, en wilt voorkomen dat mensen alleen met hun buurman praten.

Voorbereiding

  • Zet de stoelen vooraf in twee cirkels, tegenover elkaar
  • Bereid vier tot zes korte vragen voor — meer dan je denkt nodig te hebben

Zo doe je het

  1. 1

    Vraag de helft van de groep een binnencirkel te vormen met hun stoelen, met de ruggen naar elkaar toe.

  2. 2

    Vraag de andere helft tegenover de binnencirkel plaats te nemen in de buitencirkel.

  3. 3

    Leg de eerste vraag uit en vraag de deelnemers die te bespreken met de persoon tegenover hen. Leg uit hoeveel tijd ze hebben.

  4. 4

    Vraag eventueel nadat de tijd op is aan enkele groepjes wat zij besproken hebben.

  5. 5

    Laat de binnencirkel een stoel naar links opschuiven en de buitencirkel een stoel naar rechts.

  6. 6

    Introduceer een nieuwe vraag en laat de deelnemers in tweetallen uitwisselen. Dit kun je meerdere keren herhalen.

Zo zeg je het

De instructie zoals je hem uitspreekt. Maak er je eigen woorden van, maar houd de volgorde aan: eerst in beweging, dan pas de details.

"De helft van jullie vormt een binnenkring met de stoelen, met de ruggen naar elkaar. De andere helft gaat er precies tegenover zitten. Je hebt nu allemaal iemand tegenover je. De eerste vraag is: … Jullie hebben er drie minuten voor, samen. Als ik straks bel, schuift de binnenkring één stoel naar links en de buitenkring één naar rechts — dan heb je een nieuwe gesprekspartner."

Nabespreken

Zonder nabespreking blijft een werkvorm een spelletje. Kies twee of drie vragen; ze hoeven niet allemaal.

  • Wat hoorde je bij een van je gesprekspartners dat je bijblijft?
  • Wat kwam er steeds terug in de gesprekken?

Wat er mis kan gaan

Het opschuiven wordt chaos.

Laat alleen de buitencirkel opschuiven. Half zo veel beweging, hetzelfde effect — bij grote groepen altijd doen.

Je hebt een oneven aantal deelnemers.

Doe zelf mee, of maak één drietal in de kring. Nooit iemand zonder gesprekspartner laten zitten.

De gesprekken zijn na één minuut klaar.

Je vragen zijn te gesloten. Gebruik vragen die om een verhaal vragen: 'vertel eens over een keer dat…' in plaats van 'vind je dat…'.

Variaties

  • Laat alleen de buitencirkel doorschuiven; dat is minder rommelig bij grote groepen.

In de klas

Geschikt voor groep 4 t/m 8

In het onderwijs bekend als de 'binnen-buitenkring' — een van de sterkste coöperatieve werkvormen die er is. Werkt van rekenoefening tot klassengesprek.

Past hier ook bij

Praktijkervaringen & Facilitatietips

Ervaringen en aanbevelingen van trainers, docenten en facilitators die deze werkvorm hebben ingezet.

Ervaringen laden...

Klopt er iets niet, of wil je iets kwijt over deze pagina?