Direct naar de inhoud
Alle werkvormen

Werkvorm

Drawing Together

ook wel: Samen tekenen

Vijf simpele symbolen, geen woorden — en er komt iets boven dat niemand kon opschrijven.

Tijd
35–60 min
Groepsgrootte
4–30
Ruimte
Gewoon lokaal
Energie
Rustig

Wanneer zet je dit in?

Als woorden vastlopen: bij een gevoelig onderwerp, in een groep met verschillende talen, of als iedereen dezelfde jargonzinnen herhaalt.

Voorbereiding

  • Oefen de vijf symbolen zelf één keer, zodat je ze kunt voordoen
  • Formuleer de vraag die getekend wordt

Zo doe je het

  1. 1

    Leer de groep vijf symbolen: een punt, een lijn, een hoek, een boog en een spiraal. Laat ze die een keer natekenen.

  2. 2

    Leg uit dat je met deze vijf alles kunt uitdrukken en dat er geen woorden en geen letters op het papier komen.

  3. 3

    Stel de vraag en laat iedereen vijf tot tien minuten in stilte tekenen.

  4. 4

    In groepjes van drie: iedereen laat zijn tekening zien; de anderen zeggen eerst wat ze zien.

  5. 5

    Pas daarna vertelt de tekenaar wat hij bedoelde.

  6. 6

    Verzamel plenair: welke beelden kwamen terug?

Zo zeg je het

De instructie zoals je hem uitspreekt. Maak er je eigen woorden van, maar houd de volgorde aan: eerst in beweging, dan pas de details.

"Vijf symbolen: punt, lijn, hoek, boog, spiraal. Meer heb je niet nodig. Geen woorden, geen letters, geen pijltjes met tekst. En voordat iemand zegt dat hij niet kan tekenen: dat klopt, en het geeft niet, want dit is geen tekenles. Stilte, tien minuten. De vraag is: …"

Werkblad

Neem dit over op een flap of print de pagina — het lege raster is het gereedschap.

De vijf symbolen van Drawing Togetherpuntlijnhoekboogspiraal

Nabespreken

Zonder nabespreking blijft een werkvorm een spelletje. Kies twee of drie vragen; ze hoeven niet allemaal.

  • Wat zagen anderen in jouw tekening dat jij er niet in gelegd had?
  • Welk beeld kwam bij meerdere mensen terug?
  • Wat kon je tekenen dat je niet had kunnen opschrijven?

Wat er mis kan gaan

Mensen zeggen dat ze niet kunnen tekenen.

Benoem het vooraf en teken zelf iets lelijks voor. De vijf symbolen zijn juist gekozen omdat iedereen ze kan.

Er komen tóch woorden op het papier.

Handhaaf het verbod. Zodra er woorden staan, leest iedereen die en kijkt niemand meer naar het beeld.

De tekenaar legt meteen uit wat hij bedoelde.

Laat eerst de anderen zeggen wat ze zien. Dat is de helft van de opbrengst en die ben je kwijt zodra de maker het invult.

Variaties

  • Laat groepjes één gezamenlijke tekening maken, in stilte, om beurten een lijn.
  • Teken de huidige situatie en de gewenste situatie naast elkaar.

In de klas

Geschikt voor groep 3 t/m 8

Werkt heel goed bij gesprekken over sfeer en gevoel, en met kinderen die moeite hebben met woorden — ook nieuwkomers.

Past hier ook bij

Praktijkervaringen & Facilitatietips

Ervaringen en aanbevelingen van trainers, docenten en facilitators die deze werkvorm hebben ingezet.

Ervaringen laden...

Klopt er iets niet, of wil je iets kwijt over deze pagina?