Werkvorm
Leestafel
Iedereen heeft de stukken gelezen — omdat je er samen tijd voor neemt in plaats van het vooraf te vragen.
- Tijd
- 20–45 min
- Groepsgrootte
- 4–25
- Ruimte
- Gewoon lokaal
- Energie
- Rustig
Wanneer zet je dit in?
Als je merkt dat deelnemers de documenten niet lezen voor een vergadering of sessie.
Voorbereiding
- Verzamel en kopieer de stukken — meerdere exemplaren per artikel
- Schrijf de leesvraag op een flap, zichtbaar tijdens het lezen
Zo doe je het
- 1
Schrijf de vraag op die je de deelnemers wilt meegeven bij het lezen.
- 2
Zorg dat de leestafel goed gevuld is en dat er van elk artikel meerdere exemplaren zijn.
- 3
Vertel de groep hoeveel tijd ze hebben om te lezen en laat ze aan de slag gaan.
- 4
Bespreek de opbrengst na, of laat deelnemers die eerst in kleinere groepjes samenvoegen.
Zo zeg je het
De instructie zoals je hem uitspreekt. Maak er je eigen woorden van, maar houd de volgorde aan: eerst in beweging, dan pas de details.
"Op deze tafel liggen de stukken. Je hoeft ze niet allemaal te lezen — pak wat je aanspreekt. Lees met deze vraag in je hoofd" — wijs de flap aan. "Je hebt twintig minuten. Daarna bespreken we wat je gevonden hebt, dus maak gerust aantekeningen."
Nabespreken
Zonder nabespreking blijft een werkvorm een spelletje. Kies twee of drie vragen; ze hoeven niet allemaal.
- Wat heb je gevonden op de leesvraag?
- Welk stuk raad je de anderen aan, en waarom?
- Wat sprak elkaar tegen in wat jullie gelezen hebben?
Wat er mis kan gaan
Iedereen wil hetzelfde artikel.
Daarom meerdere exemplaren per stuk. Heb je die niet, verdeel dan expliciet: 'jullie drie beginnen bij dit stuk'.
Mensen lezen braaf van voor naar achter en halen er niets uit.
Je leesvraag was te vaag. Maak hem concreet en beslissingsgericht: 'welk argument uit deze stukken zou ons besluit veranderen?'
Variaties
- Laat elk groepje één stuk lezen en het aan de rest uitleggen.
In de klas
Geschikt voor groep 5 t/m 8
Sluit direct aan bij begrijpend lezen: leg verschillende teksten over één thema neer en geef een leesvraag mee. Leerlingen kiezen zelf wat ze pakken.
Past hier ook bij
1-2-4-Alle
Alleen, duo, viertal, allen
In twaalf minuten heeft iedereen bijgedragen — ook in een zaal van honderd.
Beeldprikkel
Eén afbeelding op het scherm, en het gesprek begint zonder dat je een vraag hoeft uit te leggen.
Conceptmap
De groep tekent hoe begrippen samenhangen — en je ziet wat ze er werkelijk van gemaakt hebben.
Praktijkervaringen & Facilitatietips
Ervaringen en aanbevelingen van trainers, docenten en facilitators die deze werkvorm hebben ingezet.
Klopt er iets niet, of wil je iets kwijt over deze pagina?