Werkvorm
Voorkennispeiling
Vijf minuten aan het begin, en je weet wat de groep al weet — en vooral wat ze verkeerd weet.
- Tijd
- 5–15 min
- Groepsgrootte
- vanaf 4
- Ruimte
- Maakt niet uit
- Energie
- Rustig
Wanneer zet je dit in?
Aan het begin van een onderwerp, vooral als je vermoedt dat er hardnekkige misvattingen leven.
Voorbereiding
- Maak vijf tot acht korte vragen over het onderwerp
- Neem er bewust twee op die een bekende misvatting uitlokken
Zo doe je het
- 1
Laat iedereen aan het begin van het onderwerp een kort formulier invullen.
- 2
Neem er expliciet stellingen in op die een bekende misvatting uitlokken.
- 3
Verzamel de antwoorden en bekijk ze snel — of laat de groep stemmen met de hand.
- 4
Benoem waar de groep al sterk in is en waar de misvattingen zitten, en pas je programma daarop aan.
Zo zeg je het
De instructie zoals je hem uitspreekt. Maak er je eigen woorden van, maar houd de volgorde aan: eerst in beweging, dan pas de details.
"Voordat we beginnen: acht korte vragen. Dit is geen toets en er wordt niets mee gedaan behalve dat ík weet waar ik moet beginnen. Gok gerust, en zet er 'weet ik niet' bij als je het niet weet — dat is een nuttiger antwoord dan een gok die ik voor kennis aanzie."
Nabespreken
Zonder nabespreking blijft een werkvorm een spelletje. Kies twee of drie vragen; ze hoeven niet allemaal.
- Hier zaten de meesten goed — dat gaan we dus kort houden.
- Hier was de groep verdeeld; daar besteden we meer tijd aan.
- Deze stelling had bijna iedereen fout — laten we kijken waarom.
Wat er mis kan gaan
Deelnemers voelen het als een toets en gokken sociaal wenselijk.
Zeg expliciet dat het anoniem is en dat 'weet ik niet' de nuttigste optie is. Laat het formulier niet meetellen.
Je doet niets met de uitkomst en draait je programma toch af.
Pas minstens één ding zichtbaar aan en zeg dat ook. Anders leert de groep dat meedoen geen zin heeft.
Variaties
- Doe het met de hand: 'wie denkt A, wie denkt B?' Dat kost dertig seconden.
- Herhaal dezelfde peiling aan het eind, zodat de groep de eigen verschuiving ziet.
In de klas
Geschikt voor groep 4 t/m 8
Perfect bij de start van een thema. Werk met duimen omhoog of omlaag; dan heb je in één minuut een beeld van de hele klas.
Past hier ook bij
Interview om te begrijpen
Vragen die verhalen uitlokken in plaats van meningen — daar zit wat je nog niet wist.
Simple Ethnography
Kijken waar het gebeurt
Ga kijken waar het gebeurt, en schrijf op wat je ziet in plaats van wat je vindt.
Het troebelste punt
Eén vraag — wat was het onduidelijkst? — en je weet precies waar je uitleg lek is.
Praktijkervaringen & Facilitatietips
Ervaringen en aanbevelingen van trainers, docenten en facilitators die deze werkvorm hebben ingezet.
Klopt er iets niet, of wil je iets kwijt over deze pagina?