Werkvorm
Maak zelf de toets
Wie een goede vraag kan bedenken, beheerst de stof — en dat merken ze zelf ook.
- Tijd
- 25–50 min
- Groepsgrootte
- 6–30
- Ruimte
- Gewoon lokaal
- Energie
- Rustig
Wanneer zet je dit in?
Aan het eind van een onderwerp, als herhaling die meer oplevert dan nog een keer doornemen.
Voorbereiding
- Bepaal het aantal vragen en het type — en geef één voorbeeld van een goede en een slechte vraag.
Zo doe je het
- 1
Laat tweetallen of groepjes drie toetsvragen bedenken over de behandelde stof.
- 2
Eis dat ze er ook een antwoordmodel bij maken — daar zit het leerrendement.
- 3
Laat groepjes elkaars vragen maken.
- 4
Laat de makers hun eigen vragen nakijken en toelichten.
- 5
Bespreek plenair welke vragen goed waren en waarom.
Zo zeg je het
De instructie zoals je hem uitspreekt. Maak er je eigen woorden van, maar houd de volgorde aan: eerst in beweging, dan pas de details.
"Bedenk in je groepje drie toetsvragen over wat we behandeld hebben. Maak er ook een antwoordmodel bij — dat hoort erbij, want een vraag zonder duidelijk antwoord is geen goede vraag. En let op: een goede vraag is niet 'wat betekent X?', maar een vraag waarbij je moet nadenken. Straks maken jullie elkaars vragen."
Nabespreken
Zonder nabespreking blijft een werkvorm een spelletje. Kies twee of drie vragen; ze hoeven niet allemaal.
- Welke vraag was het lastigst om te maken, en waarom?
- Merkte je bij het antwoordmodel dat je het zelf nog niet helemaal scherp had?
- Welke vraag van een ander groepje was echt goed?
Wat er mis kan gaan
Alle vragen zijn feitjesvragen.
Geef een voorbeeld van een goede en een slechte vraag, en eis minstens één vraag waarbij je iets moet toepassen in plaats van reproduceren.
Groepjes maken de vragen maar niet het antwoordmodel.
Handhaaf dat; het antwoordmodel is waar het leren gebeurt. Vraag ernaar bij het rondlopen.
Variaties
- Neem de beste vragen daadwerkelijk op in de echte toets, en zeg dat vooraf.
- Laat groepjes elkaars antwoordmodel beoordelen in plaats van de vragen maken.
In de klas
Geschikt voor groep 5 t/m 8
Werkt bij elk vak als afsluiting van een blok. Leerlingen die zelf vragen maken, ontdekken precies waar hun eigen gaten zitten.
Past hier ook bij
Conceptmap
De groep tekent hoe begrippen samenhangen — en je ziet wat ze er werkelijk van gemaakt hebben.
Wat? Hoe? Waarom?
Drie kolommen die je dwingen eerst te kijken voordat je concludeert.
1-2-4-Alle
Alleen, duo, viertal, allen
In twaalf minuten heeft iedereen bijgedragen — ook in een zaal van honderd.
Praktijkervaringen & Facilitatietips
Ervaringen en aanbevelingen van trainers, docenten en facilitators die deze werkvorm hebben ingezet.
Klopt er iets niet, of wil je iets kwijt over deze pagina?