Werkvorm
Pin-ball brainstorm
Brainstormen door de zaal te lopen — en de ideeën zijn achteraf al gecategoriseerd.
- Tijd
- 30–60 min
- Groepsgrootte
- 6–40
- Ruimte
- Grote ruimte
- Energie
- Actief
Wanneer zet je dit in?
Als je veel ideeën wilt én de groep uit de stoel wilt halen. Bewegen helpt het denken.
Voorbereiding
- Bedenk de sub-thema's en schrijf ze op de vellen
- Hang de vellen ver uit elkaar door de ruimte
- Maak één vel 'overig' en leg dat in het midden
- Leg per deelnemer een stift en een blok memoblaadjes klaar
Zo doe je het
- 1
Werk bij voorkeur in een grote lege ruimte. Kan dat niet, zorg dan dat de tafels leeg zijn en de stoelen aangeschoven.
- 2
Maak een flink aantal vellen met daarop een sub-onderwerp of perspectief op het thema. Hang ze zo ver mogelijk uit elkaar. Maak er minimaal één per drie deelnemers, meer mag.
- 3
Geef elk vel een eigen invalshoek: een deelthema ('gedrag', 'afval', 'vervoer'), een rol, een stakeholder, een vergelijkbaar bedrijf, of een analogie (hoe zou een mierenhoop dit oplossen?). Maak ook een vel 'overig' en leg dat in het midden.
- 4
Verdeel de groep over de ruimte, geef iedereen een stift en een blok memoblaadjes. Leg de hoofdvraag uit en noem kort elk thema.
- 5
Vraag iedereen om bij het vel waar hij staat een idee te bedenken, op te schrijven en te plakken. Loop daarna naar een willekeurig ander vel. Geef de tijd om zeker tien blaadjes te vullen.
- 6
Heeft iemand geen inspiratie bij een thema, laat hem doorlopen. De thema's moeten inspireren, niet dwingen.
- 7
Past een idee nergens bij? Plak het op 'overig' en loop door naar een ander vel.
Zo zeg je het
De instructie zoals je hem uitspreekt. Maak er je eigen woorden van, maar houd de volgorde aan: eerst in beweging, dan pas de details.
"De hoofdvraag is: … Overal in de ruimte hangen vellen, elk met een eigen invalshoek. Ga bij een vel staan, bedenk een idee vanuit díe invalshoek, schrijf het op een blaadje en plak het. Loop daarna door naar een ander vel — willekeurig, niet op volgorde. Heb je geen inspiratie bij een thema? Loop gewoon door. Past je idee nergens? Plak het op het vel 'overig' in het midden. Doel: minstens tien blaadjes per persoon."
Nabespreken
Zonder nabespreking blijft een werkvorm een spelletje. Kies twee of drie vragen; ze hoeven niet allemaal.
- Welk thema leverde het meeste op — en welk thema bleef leeg?
- Welke ideeën verrassen je?
- Wat staat er op 'overig' dat we niet mogen laten liggen?
Wat er mis kan gaan
Iedereen blijft bij hetzelfde vel staan.
Geef een belsignaal om de twee minuten waarop iedereen doorloopt. Het lopen is de helft van de werkvorm.
Deelnemers schrijven ideeën op die niets met het thema te maken hebben.
Wijs op het vel 'overig'. Precies daarvoor is het bedoeld: het voorkomt dat mensen hun idee forceren of weggooien.
Variaties
- Zet een tijdslimiet per vel en laat iedereen op een belsignaal doorlopen.
In de klas
Geschikt voor groep 5 t/m 8
Uitstekend als klassikale brainstorm bij een projectstart. Hang de vellen op de gang, dan heb je de ruimte die je in het lokaal mist.
Past hier ook bij
1-2-4-Alle
Alleen, duo, viertal, allen
In twaalf minuten heeft iedereen bijgedragen — ook in een zaal van honderd.
Analoge inspiratie
Hoe lossen ze dit op in een totaal andere wereld? — en wat kun je daarvan lenen?
Appreciative Interviews
Waarderend interviewen
De groep zoekt naar wat er wél werkte — en ontdekt dat ze het antwoord al in huis heeft.
Praktijkervaringen & Facilitatietips
Ervaringen en aanbevelingen van trainers, docenten en facilitators die deze werkvorm hebben ingezet.
Klopt er iets niet, of wil je iets kwijt over deze pagina?