Energizer
Sleutelbos
Iedereen heeft iets bij zich waar een verhaal aan hangt — je moet er alleen naar vragen.
- Tijd
- 15–25 min
- Groepsgrootte
- 4–20
- Ruimte
- Gewoon lokaal
- Energie
- Rustig
Wanneer zet je dit in?
Als kennismaking die verder gaat dan naam en functie, zonder dat het zwaar wordt.
Voorbereiding
- Bedenk drie doorvraagvragen; zonder die vragen blijft het oppervlakkig.
Zo doe je het
- 1
Laat de deelnemers in een kring zitten en vraag iedereen zijn sleutelbos te pakken.
- 2
Laat ze tweetallen maken en zichzelf aan de hand van hun sleutelbos aan elkaar voorstellen.
- 3
Vragen om mee te geven: waar zijn deze sleutels van? Over welke sleutel wil je iets vertellen?
- 4
Vraag de deelnemers door te vragen op wat de ander vertelt.
- 5
Is er genoeg veiligheid, laat dan iedereen plenair in één zin teruggeven wat hem raakte in het verhaal van de ander.
Zo zeg je het
De instructie zoals je hem uitspreekt. Maak er je eigen woorden van, maar houd de volgorde aan: eerst in beweging, dan pas de details.
"Pak allemaal even je sleutelbos. Zoek iemand op en stel jezelf aan elkaar voor aan de hand van die sleutels. Waar zijn ze van? Is er een sleutel waar een verhaal aan hangt? En het belangrijkste: vraag door. Niet alleen 'dat is mijn huissleutel', maar ook: wat voor huis is dat, hoe lang woon je daar?"
Nabespreken
Zonder nabespreking blijft een werkvorm een spelletje. Kies twee of drie vragen; ze hoeven niet allemaal.
- Wat raakte je in het verhaal van de ander?
- Welke sleutel bleek meer te betekenen dan je dacht?
Wat er mis kan gaan
De gesprekken zijn binnen een minuut klaar.
Je hebt de doorvraagvragen niet expliciet meegegeven. Onderbreek en geef ze alsnog; dan komt het gesprek alsnog op gang.
Iemand heeft geen sleutelbos bij zich.
Laat die persoon iets anders uit zijn tas of zak pakken. Het gaat om het voorwerp met een verhaal, niet om de sleutels.
Variaties
- Laat deelnemers zichzelf voorstellen aan de hand van hun schoenen: waarom passen deze bij jou, wanneer draag je ze?
In de klas
Niet zonder aanpassing geschikt voor leerlingen
Gebruik in de klas een ander voorwerp — bijvoorbeeld iets uit het etui of de gymtas. Leerlingen hebben zelden een sleutelbos met verhalen.
De werkvorm leunt op sleutels van huis, werk en auto; die heeft een leerling niet.
Past hier ook bij
Beeldkaarten
Een plaatje zegt wat mensen zelf nog niet in woorden hebben.
Binnen- en buitencirkel
In een kwartier heeft iedereen met vier verschillende mensen gesproken.
Fotografie
Een zelfgemaakte foto vertelt meer over iemand dan een voorstelrondje ooit doet.
Praktijkervaringen & Facilitatietips
Ervaringen en aanbevelingen van trainers, docenten en facilitators die deze werkvorm hebben ingezet.
Klopt er iets niet, of wil je iets kwijt over deze pagina?