Direct naar de inhoud
Alle werkvormen

Werkvorm

Waarom-hoe-ladder

Omhoog wordt het betekenisvoller, omlaag wordt het uitvoerbaar — kies zelf de sport.

Tijd
25–45 min
Groepsgrootte
3–20
Ruimte
Gewoon lokaal
Energie
Rustig

Wanneer zet je dit in?

Als een geformuleerde behoefte óf te vaag is om iets mee te doen, óf zo concreet dat het alle oplossingen dichttimmert.

Voorbereiding

  • Zorg dat er een paar concrete behoeften geformuleerd zijn om mee te starten.

Zo doe je het

  1. 1

    Schrijf een concrete behoefte onderaan een vel.

  2. 2

    Klim omhoog met 'waarom?': waarom heeft iemand dat nodig? Het antwoord is de volgende sport.

  3. 3

    Vraag opnieuw waarom, en nog eens. Bovenaan kom je uit bij iets heel algemeens — 'de behoefte om erbij te horen'.

  4. 4

    Klim daarna terug naar beneden met 'hoe?': hoe zou je aan die behoefte tegemoet kunnen komen? Dat levert ideeën op.

  5. 5

    Kies samen de sport die zowel betekenisvol als uitvoerbaar is. Daar ga je mee verder.

Zo zeg je het

De instructie zoals je hem uitspreekt. Maak er je eigen woorden van, maar houd de volgorde aan: eerst in beweging, dan pas de details.

"Onderaan zetten we een concrete behoefte. Dan klimmen we omhoog: waarom heeft iemand dat nodig? En waarom dát weer? Boven wordt het abstract en betekenisvol, maar je kunt er weinig mee. Daarna klimmen we terug naar beneden met 'hoe?' — en dat levert ideeën op. Ergens in het midden zit de sport waar we mee verder gaan."

Werkblad

Neem dit over op een flap of print de pagina — het lege raster is het gereedschap.

Werkblad waarom-hoe-ladderwaarom? · abstracterhoe? · concreterstart onderaan met een concrete behoefte

Nabespreken

Zonder nabespreking blijft een werkvorm een spelletje. Kies twee of drie vragen; ze hoeven niet allemaal.

  • Op welke sport zit de behoefte die we willen aanpakken?
  • Wat gebeurt er als we een sport hoger gaan zitten?
  • Welk 'hoe' levert een idee op dat we nog niet hadden?

Wat er mis kan gaan

De ladder stopt na twee sporten.

Vraag minstens vier keer waarom. De eerste twee antwoorden zijn meestal herformuleringen; daarna wordt het interessant.

Bovenaan staat iets zo algemeens dat niemand er iets mee kan.

Dat hoort zo — dat is de top. Ga terug naar beneden en kies bewust een lagere sport om verder te werken.

Variaties

  • Laat twee groepjes vanaf dezelfde behoefte klimmen en vergelijk de ladders.

In de klas

Geschikt voor vanaf groep 7, en in het voortgezet onderwijs

Bruikbaar bij onderzoeksvragen: leerlingen leren dat er tussen 'te vaag' en 'te klein' een niveau zit waarop een vraag werkbaar wordt.

Past hier ook bij

Praktijkervaringen & Facilitatietips

Ervaringen en aanbevelingen van trainers, docenten en facilitators die deze werkvorm hebben ingezet.

Ervaringen laden...

Klopt er iets niet, of wil je iets kwijt over deze pagina?