Direct naar de inhoud
Alle werkvormen

Werkvorm

Toetsen bij gebruikers

Leg het neer, zeg zo min mogelijk, en kijk wat er gebeurt.

Tijd
20–60 min
Groepsgrootte
2–25
Ruimte
Maakt niet uit
Energie
Rustig

Wanneer zet je dit in?

Zodra je iets hebt dat je aan iemand kunt voorleggen — hoe ruw ook.

Voorbereiding

  • Bedenk welke vraag je beantwoord wilt hebben
  • Bedenk hoe je het voorlegt zonder het uit te leggen

Zo doe je het

  1. 1

    Laat de gebruiker het zelf ervaren. Laten zien, niet vertellen: geef alleen de context die nodig is om te beginnen.

  2. 2

    Vraag hardop te denken: 'vertel eens wat je denkt terwijl je dit doet'.

  3. 3

    Kijk actief en corrigeer niet. Hoe iemand het verkeerd gebruikt, is je waardevolste informatie.

  4. 4

    Vraag daarna door. Dit is meestal het beste deel: 'laat eens zien waarom dit voor jou niet werkt', 'wat deed dit met je?', 'waarom?'

  5. 5

    Beantwoord vragen met een wedervraag: 'wat denk je dat die knop doet?'

Zo zeg je het

De instructie zoals je hem uitspreekt. Maak er je eigen woorden van, maar houd de volgorde aan: eerst in beweging, dan pas de details.

"Ik ga je zo iets voorleggen en ik ga het bewust niet uitleggen — ik wil zien wat je ermee doet. Denk zoveel mogelijk hardop: vertel wat je ziet, wat je verwacht, waar je naar zoekt. En als het niet lukt, ligt dat niet aan jou maar aan wat wij gemaakt hebben. Dat is precies wat ik wil weten."

Nabespreken

Zonder nabespreking blijft een werkvorm een spelletje. Kies twee of drie vragen; ze hoeven niet allemaal.

  • Waar ging het anders dan we hadden verwacht?
  • Wat deed de gebruiker dat we niet hadden bedacht?
  • Welke aanname van ons klopt niet?

Wat er mis kan gaan

Je legt het uit voordat de gebruiker begint.

Bijt op je tong. Elke zin uitleg is een stuk informatie dat je niet meer krijgt — want nu weet je niet meer of het vanzelf duidelijk was.

Je corrigeert als iemand het 'verkeerd' doet.

Laat het gebeuren en noteer het. Verkeerd gebruik is geen fout van de gebruiker maar informatie over jouw ontwerp.

Je krijgt alleen beleefde complimenten.

Vraag naar concreet gedrag in plaats van naar een oordeel: 'laat eens zien wat je zou doen als…' in plaats van 'wat vind je ervan?'

Variaties

  • Test twee versies naast elkaar; vergelijken levert scherpere reacties op dan één versie beoordelen.

In de klas

Geschikt voor groep 5 t/m 8

Laat leerlingen elkaars werkstuk of ontwerp toetsen zonder uitleg vooraf. Ze ontdekken hoeveel ze aannamen dat vanzelf duidelijk was.

Past hier ook bij

Praktijkervaringen & Facilitatietips

Ervaringen en aanbevelingen van trainers, docenten en facilitators die deze werkvorm hebben ingezet.

Ervaringen laden...

Klopt er iets niet, of wil je iets kwijt over deze pagina?